NEWSFLASH: veiling

Een overzicht van opmerkelijke kunstwerken in deze veiling

Jos Albert, Pierre Alechinsky, Arman, Pablo Atchugarry, Miguel Ortiz Berrocal, Bram Bogart, Georges Braque, Jean Brusselmans, César, Emile Claus, Wessel Couzijn, Roel D’Haese, Dadamaino, César De Cock, Raoul De Keyser, Paul Delvaux, Niki de Saint Phalle, Gustave De Smet, Jan De Vliegher, Christian Dotremont, Jan Fabre, Jean-Michel Folon, Modest Huys, Robert Indiana, Floris Jespers, Oscar Jespers, Roy Lichtenstein, Walter Leblanc, Frans Masereel, George Minne, Antoine Mortier, Julian Opie, Panamarenko, Constant Permeke, Arnaldo Pomodoro, Roger Raveel, Léon Spilliaert, Edgard Tytgat, Frits Van den Berghe, Théo Van Rysselberghe, Jef Verheyen, Rik Wouters, Maurice Wyckaert

Fauvisme

De catalogus omvat prachtige werken van enkele boegbeelden van het fauvisme in Brabant. Een vroeg werk is het magnifieke “vrouw voor een spiegel” (1917) in zachtroze tinten van Jos Albert. Van Rik Wouters is er “L’allée rose” (ca. 1912), een wonderlijke impressie van een Brussels parkzicht. Bij de Antwerpenaar Floris Jespers is de uitvoering iets naturalistischer in “model met groene jurk” (1916). Jespers tast de grens af tussen figuratie en abstractie. Kleur en licht zijn de scheppende factoren van de compositie, terwijl de lijn beperkt is tot een uiterst minimum. De erfenis van de luministen indachtig, creëert hij een innige en warme impressie van een banaal moment, dat enkel een geliefde zo delicaat kan weergeven.

Léon Spilliaert

 

Van de Oostendse grootmeester worden verschillende bijzondere werken aangeboden op deze veiling. De groei van zijn internationale bekendheid lijkt niet te stoppen sinds zijn tentoonstelling twee jaar geleden in de Royal Academy te Londen en het Musée d’Orsay te Parijs. En terecht, want Spilliaert is zonder meer één van de belangrijkste Belgische kunstenaars met een invloed die tot heden doorwerkt. Er zijn vroege interieurscènes zoals “Kruisbeeld en wereldbol” (1908), mysterieuze strandtaferelen zoals “Vissersvrouw en kind op de kaai, op de rug gezien” (1909), en een schilderij “Meisjes op het strand” (1923) uit de korte periode dat hij op doek werkte.

Een minder bekende kant van Spilliaert is de humor die hij af en toe in zijn werken bracht. Een mooi voorbeeld is “De verdrinking” (1904).

Lot 62. De verdrinking (1904) - Est. €18.000-24.000

Stille waters …

Léon Spilliaert onderhield een complexe en intieme relatie met de zee. Ze was zijn nauwste zielsverwant. Als een spiegel reflecteerde ze zijn emoties en verlangens. Een parallel met het psychologische gevoelsleven van de kunstenaar is onmiskenbaar. Onder het stille, bedeesde oppervlak schuilt een bijzondere en onstuimige wereld met eigen bewoners en fantasieën.

Terwijl het oppervlak de schijn van rust en kalmte geeft, woelen de wateren in de diepte. Hier huist het gevaar, in de vorm van een schimmig vrouwenwezen. Ze duikt onverwachts op, grijpt de man daar waar hij op z’n zwakst is en sleurt hem mee de dieperik in. Vanuit de verte kan enkel toegekeken worden. Zijn kameraden zien niet wat er onderwater speelt. Het dierbaarste bezit van de man wordt zijn ondergang.

Spilliaert verbeeldt een angst en realiteit van velen. Zware kronkellijnen, trillende contouren en sombere kleuren zorgen voor een sterke expressiviteit. De gesticulerende bewegingen zijn ietwat komisch, maar daarom des te wanhopiger. De doodsangst is van het gezicht van de man af te lezen. Het is een gezicht dat uiting geeft aan een existentieel drama.

De gelijkenis met De schreeuw van Edvard Munch uit 1893 is treffend. Spilliaert was vertrouwd met het werk van de Noorse kunstenaar dankzij de Franse tijdschriften die hij gretig las. Vanaf 1895 werden hierin gravures van De schreeuw gepubliceerd. De vormgeving van deze drukken is mee bepalend voor de latere stijlelementen die Spilliaert zal aanwenden.

Lot 114. De plezierboot (1925) - Est. €150.000-200.000

Iedereen aan boord?

Gustave De Smet genoot met volle teugen van het leven. Hij zag het geluk in de kleine dingen: de dagelijkse eenvoud die hij thuis of in de nabije omgeving vond, het goede gezelschap van zijn geliefde Gusta of dierbare kunstenaarsvrienden, en het profiteren van de geneugten die de Leiestreek te bieden had.

Dat het leven goed was aan de Leie, daar bestaat geen twijfel over. Op deze prachtige zondagmiddag is iedereen op zijn best gekleed voor een uitstapje op de rivier. Heren netjes in kostuum, dames met hun mooiste hoed op. De uitgelaten compagnie is klaar voor de aftocht, terwijl ze uitgezwaaid worden door de vrouwen op de steiger. Het passerende bootje verderop veroorzaakt enige deining, terwijl de wimpels vrolijk wapperen. Wat een plezier!

De Smet verlaat even het intieme interieur van zijn huiselijke taferelen die hem zo eigen zijn in de jaren 20. Het rigide expressionisme wijkt voor meer vrijheid. De kunstenaar hanteert een losser penseel en laat strakke lijnen achterwege. De organische en intuïtieve vormen, duidelijk in de waterpartijen en de personages, creëren een onstuimige compositie. Het prachtige kleurenpalet is karakteristiek voor de kunstenaar. Delicate, warme totaliteiten in mauve, kastanjebruin en oker blazen leven in de scène.

Het moet een herkenbaar en dierbaar tafereel geweest zijn voor Gust De Smet. De kunstenaar vaarde zelf met groot plezier over de Leie in zijn eigen boot, de Kazan. Een foto toont hem als trots kapitein aan het roer, naast André De Ridder, Paul-Gustave Van Hecke en hun echtgenotes.

Expressionisme

Paris! Boulevards, cabaret, jazz en neonlichten. Frans Masereel trekt ons mee in het bonte nachtleven van de grootstad, gehuld in een feeërieke waas. Met zijn expressieve stijl brengt hij de bruisende jaren ’20 tot leven in “Le trottoir” (1926).

Dichter bij huis bleef Jean Brusselmans. Van hem is er onder meer het zicht op “Dilbeek” (1929) en het bijzondere portret “Zittende jonge vrouw” (1946). “De oogst” (1932) is een monumentaal schilderij van Constant Permeke waarin hij het harde boerenleven haast tastbaar maakt. Van Gustave De Smet zijn er meerdere interessante werken. “De plezierboot” (1925) is één van de belangrijkste werken op deze veiling.

Lot 109. De tragische grijsaards (1924) - Est. €70.000-90.000

Niet zo onschuldig

Een nauwelijks bedekte jongedame wordt belaagd door een boosaardig trio: deze scène veroorzaakt op zijn minst een frons. Maar niets is wat het op het eerste zicht lijkt in de schilderijen van Edgard Tytgat. De kunstenaar is een meesterlijke verteller die klassiekers uit de Griekse of bijbelse mythologie bespeelt. Hij schildert sprookjes die ontwapenen dankzij hun fantasie, surrealisme en humor.

De titel verwijst naar het verhaal van Susanna en de ouderlingen, beschreven in het boek Daniël van het Oude Testament. Vooraanstaande ouderlingen hadden hun oog laten vallen op de beeldschone en kuise Susanne. Ze begluren haar wanneer ze wil baden in de beslotenheid van haar tuin, en proberen haar te verleiden. Susanna weigert de avances, waarop de gekrenkte mannen haar valselijk beschuldigen van overspel. Ze wordt veroordeeld tot de dood door steniging. De hele gemeenschap gelooft de ouderlingen, behalve Daniël. Hij ontmaskert de leugen met een list en bewijst de onschuld van Susanna. De ouden krijgen vervolgens de straf die haar was toebedeeld.

De Susanna van Tytgat schijnt daarentegen niet zo standvastig in haar principes van kuisheid en trouw. De drie tragische grijsaards proberen haar elk op hun manier tot ontucht aan te zetten. De sluwste van hen charmeert de schone met een witte lelie - “Susanna” in het Hebreeuws, symbool van onschuld en zuiverheid. De bloem is reeds geknakt. Een geniepige cupido strooit verliefdheid uit in de vorm van roosjes. Ze vallen recht in de schoot van Susanna, waaruit haar vleselijke lusten opwellen en de bovenhand nemen.

Tytgat verbeeldt een bitterzoet tafereel waarin zijn naïeve stijl de complexiteit van de beelden verhult. De schijnbaar onhandige tekening houdt geen rekening met anatomie of realiteit. Simpele lijnen bakenen eenvoudige kleuren af. De blanke huid van de begeerlijke Susanna contrasteert met de ongure types. In hun kielzog volgt duisternis en verderf: de lucht betrekt, een boom sterft, de grond verdort. Het primitieve perspectief, opeengestapeld zoals in Middeleeuwse composities, toont in de klare verte de deugdzaamheid die Susanna achterwege laat. Een harder werker, haar man, is in de weer om kroost en haard te voorzien. De ongelukkige weet niet wat er zich achter zijn rug afspeelt.

Surrealisme

“Le jugement de Paris” (1949) is een magistraal uitgevoerde tekening van Paul Delvaux die op wonderlijke wijze toont hoe hij zijn vakmanschap en originaliteit wist uit te beelden. Op het moment van uitvoering in 1949 zag Delvaux zijn naam reeds bevestigd als boegbeeld van het Belgisch surrealisme, naast René Magritte. Toen Delvaux in dat jaar enkele maanden bij zijn vriend Claude Spaak te Choisel verbleef, niet ver van Parijs, was dit één van zijn meest vruchtbare periodes waarin tal van meesterwerken tot stand kwamen. Naast verschillende etsen worden nog meer prachtige tekeningen aangeboden, zoals “Le Musée Spitzner” (ca. 1943) “Penelope” (ca. 1949)

Lot 214. Le jugement de Paris (1949) - Est. €110.000-140.000

Voor de mooiste

De tekening is een mysterieuze weergave van delicate, gemodelleerde lichamen in een idyllische setting. Een jongeman bevindt zich in het gezelschap van drie beeldschone dames. Hij wordt gekweld door een onmogelijke opdracht: de mooiste van de drie kiezen. De donkere schaduw die deels zijn gezicht bedekt, benadrukt de innerlijke strijd. Intussen zijn de drie schonen ongenaakbaar. Hun buitengewone sereniteit en elegantie zijn van een andere dimensie.

De tuin waarin de personages zich bevinden is afgescheiden van de reële wereld, die amper te zien is achter de haag. De tijdloosheid die op de voorgrond opgeroepen wordt, contrasteert met de dakpannen en lantaarnpalen verderop. De schaduwen in de tuin stroken niet met de maneschijn. Met zijn minutieuze lijnenspel en bevreemdende lichtwerking creëert Delvaux een dromerige en verwarrende sfeer. Het is een scène die zich afspeelt in de beslotenheid van de fantasie van de kunstenaar.

Het onderwerp van het Parisoordeel is een perfect match met Delvaux: een verhaal uit de Antieke Oudheid over absolute schoonheid, de fascinatie voor de vrouw en haar macht die tijd en ruimte overstijgen. De jongeman is als een steen verstard in besluiteloosheid. De tijd tikt voort ondertussen, maar de vrouwen wachten geduldig het oordeel af. Er is bovendien een groter probleem: waar is de appel?

Lot 284. Les oiseaux (1962-63) - Est. €44.000-55.000

Van Georges Braque is er “Les oiseaux” (1962-63). Het vogelmotief verscheen al in 1929 in zijn werk en bleef belangrijk tot aan zijn dood in 1963. De vogel, die in veel van z’n schilderijen voorkomt, wordt een handtekening en vertegenwoordigt, in zijn woorden, de "metafoor van het palet met bezielde vleugels".

Dit werk is meteen ook het uiteindelijke ontwerp voor de  litho "Oiseaux Fulgurants", p. 31 van het boek "Lettera Amorosa" – het boek liefdesbrieven van Rene Char dat werd uitgegeven in 1963.

Dit betoverende werk, uit een belangrijke serie die de kunstenaar verscheidene jaren bezighield, is gevuld met zwevende vogels, een beeld van vrijheid, vreugde en beweging. Twee reusachtige vogels lijken elkaar te ontmoeten in de lucht, hun vleugels gespreid. Hun koppen raken elkaar, als in een omhelzing.

Pop !

Liefhebbers van Pop Art zullen hun ogen flink de kost kunnen geven bij onze uitmuntende selectie. Naast meerdere zeefdrukken van Andy Warhol en Tom Wesselmann, is er “Catarina, dancing in denim skirt” (2009) van Julian Opie. Maar de spotlights zullen gericht zijn op twee iconen uit deze periode: Robert Indiana, van wie een wereldbekend “LOVE”-sculptuur wordt aangeboden, en Roy Lichtenstein, waarvan “Drawing for Peace through Chemistry” (1968) een sleutelwerk is.

Lot 310. LOVE (1966-99) - Est. €250.000-350.000

The power of LOVE

Reclame, billboards, letters, tekens en symbolen schreeuwen Robert Indiana toe in de straten van New York in de jaren ’60. Ze wakkeren zijn fascinatie aan voor de kracht van tekens en visuele betekenisdragers. Hij zet letterlijk woorden om in schilderijen en sculpturen en verheft ze tot de status van kunstobject. Het LOVE-motief gebruikt hij voor het eerst in 1964, wanneer het Museum of Modern Art in New York hem vraagt om een kerstkaart te ontwerpen. De vier letters oogstten een ongezien succes. Met hun unieke design en directe boodschap belichamen ze het idealisme en positiviteit van de love generation uit de sixties.

De sculpturen van Indiana zijn uitgegroeid tot iconen van de Westerse moderne kunst. Zijn opeengestapelde letters spreken voor zich en verspreiden hun boodschap over de hele wereld. Van New York tot Tokyo zijn ze geïntegreerd in de openbare ruimte als echte landmarks. Variërend in grootte en kleurpalet, dragen ze elk Indiana’s onmiskenbare stijl met telkens één gekantelde letter – zelfs in de Hebreeuwse versie die zich in Jerusalem bevindt.

In 1966 maakt Indiana het eerste sculptuur met dit motief. Als een letterlijke woordensmid speelt hij met de esthetische kracht van typografie. De materialiteit van het zware metaal contrasteert met de functie van woorden als betekenisdrager, maar op een eenvoudige manier weet Indiana de letters samen te brengen. Sierlijke curves wisselt hij af met scherpe lijnen. Holtes en schaduwen ontstaan. Ongecompliceerde kleurvlakken wisselen elkaar af. De visuele impact van deze sculpturen bijt zich vast aan onze herinnering.

LOVE is een brutaal sculptuur. De geprononceerde letters en felle kleuren zijn onontkoombaar. Compact opeengestapeld heeft het sculptuur een fiere attitude. Met trots verspreidt het zijn positieve boodschap. Het solide blok wordt ondermijnd door de opstandige letter “O”, die weg dreigt te rollen uit de compositie. De “O” veroorzaakt onzekerheid en wijst op de fragiliteit van LOVE.

Lot 316. Drawing for Peace through Chemistry (1968) - Est. 100.000-160.000

Pop-chemie in 1968

Pop is plezierig. Pop is vrolijk en herkenbaar. Maar het is ook in your face, eigenzinnig en ironisch. Pop trekt een dikke streep over het onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur.  Achter het simplistische lijnenwerk schuilt een meervoudige betekenislaag. Lichtenstein is er niet vies van om zich vormen en processen uit de populaire cultuur toe te eigenen en de gevestigde maatschappelijke orde flink lik op stuk te geven.

De tekening “Study for Peace through Chemistry” is rechttoe rechtaan. Geen gecompliceerde perspectieven en schildertechnieken. Wel krachtige, volle lijnen en gestileerde vormen met vlakke witruimtes als een kleurplaat. Lichtenstein zal latere versies invullen met primaire kleuren en Ben Day dots. Hij maakte de tekening in aanloop naar de serie “Peace through Chemistry” uit 1970, die bestaat uit vier grafische werken en een reliëf in brons, alsook een olieverfschilderij.

Scherpe contouren verdelen de compositie in een drieluik. Door het ingenieuze lijngebruik helt elk luik over in een hoek van 45° en kantelt onze blik van het ene in het andere deel, dat telkens een eigen thematiek bevat. Het eerste toont het natuurlijke proces van fotosynthese met stralende zon en bebladerde tak. Vervolgens kijkt een gestileerd figuur door een microscoop. Dankzij analyse wordt wetenschappelijk inzicht bekomen en radarwerk in beweging gezet. Het resultaat is te zien in het laatste luik, in de vorm van een rokende proefbuis. Elk luik repeteert dezelfde vormen en processen in een steeds verder doorgezette stilering. De gebladerde tak wordt een tandwiel. Zonnestralen worden rookpluimen. De evolutie tot mechanisering voltrekt zich.

De stripboekachtige tekening heeft een futuristische inslag die doet denken aan de propagandastijl van de jaren ’30, destijds verspreid ter verheerlijking van de industrialisering en ter bevordering van een positief toekomstbeeld. De betekenis van Lichtenstein lijkt duidelijk: “Peace through chemistry”, een educatieve boodschap die uitbeeldt dat wetenschappelijke vooruitgang een einde zou maken aan oorlog. Maar wat gebeurt vervolgens met het privilege van onderwijs en kennis? Het blijkt te leiden tot de massaproductie van chemische wapens, en dit als middel om wereldvrede te bekomen. Wat een naïef optimisme! De Westerse hoogmoed krijgt een fikse trap van Lichtenstein, dit in 1968, een tijd dat de Verenigde Staten verdeeld worden door de Vietnamoorlog.

Hedendaagse kunst

Het aanbod omvat een belangrijke selectie werken van Panamarenko, waaronder de installatie “Magnetische velden” (1979) en de “Studie  voor ‘Het vliegende eiland’” (2003). Er zijn verschillende werken in olieverf op doek alsook tekeningen van Roger Raveel. Van Raoul De Keyser is er een belangrijk schilderij uit 1972.

Van Jan De Vliegher zijn er meerdere monumentale schilderijen. “À vif” is een groot werk in acryl op papier op doek van Pierre Alechinsky, in de dynamische en spontane stijl van de kunstenaar die ontembaar is als een vulkaanuitbarsting. Van hem zijn er verschillende belangrijke werken.

“La légèreté de l’être” (2005) verbeeldt de universele mens van Jean-Michel Folon, herleid tot zijn elementaire expressie: twee lijnen voor de ogen, een neus, amper zichtbare armen verdoken in een mantel. Het figuur raakt met slechts één voet nog amper de grond. Een geheven hoofd staart aanvaardend voor zich uit. De hemel wacht. Gewichtloze rust die los is gekomen van de dagelijkse zaken om ons heen.

De faam van Jan Fabre  reikt over de hele wereld. Hij wist een universele stijl te creëren die tijd en ruimte overschrijdt. Van hem worden verschillende belangrijke werken aangeboden. Zo is er de driedelige installatie “Vlaams landschap met kop” (1990), refererend naar “Het Uur Blauw”. Een iconische sculptuur is “De man die de wolken meet” (1998). Het is zowel een zelfportret van Fabre als een hommage aan z’n overleden broer Emile. De bronzen gestalte lijkt identiek aan dat van de kunstenaar, maar het gelaat werd gemodelleerd naar diens broer. Een subtiel evenwicht waardoorheen broederliefde resoneert. Minstens even iconisch is de sculptuur “De man die vuur geeft” (2002).

Lot 533. De man die vuur geeft (2002) - Est. 130.000-160.000

Prometheus in Vlaanderen

Een gebogen figuur houdt weggedoken onder zijn jas een vlammetje in z’n rechterhand, de kraag omhooggetrokken rond het hoofd ter bescherming tegen de wind. De bronzen gestalte laat zijn aansteker niet branden voor zichzelf maar met een eenvoudig en belangeloos gebaar biedt hij de toeschouwer vuur aan.

“De man die vuur geeft” doet ons denken aan de Griekse held Prometheus. Hij schonk de mensheid het vuur van de goden, en bracht hen wetenschap en kunst. In de wereld van Jan Fabre doet een kunstenaar exact dát. Hij geeft het vuur door aan anderen.

Het werk werd in 1999 voor het eerst gegoten ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van het overlijden van Guido Gezelle in Brugge. Fabre kreeg van de stad een creatie-opdracht toevertrouwd en schiep met dit sculptuur de spreekwoordelijke ‘waakvlam van de poëzie’. In een eerste versie is het figuur blootvoets en van zijn sokkel gestapt. De variante uit 2002 toont de geschoeide figuur.

Net als in de rest van zijn beeldend oeuvre licht Jan Fabre hier opnieuw de sluier op van een zeer persoonlijke verbeeldingswereld waarin een individuele beeldtaal met terugkerende symbolen en motieven de toon voert.