James Ensor - Tekeningen en etsen - 24 februari t.e.m. 17 april 2021

JAMES ENSOR - TEKENAAR

« Réflexions sur l’art
La vision se modifie en observant. La première vision, celle du vulgaire, c’est la ligne simple, sèche, sans recherche de couleur. La seconde période, c’est celle où l’oeil plus exercé discerne les valeurs des tons et leurs délicatesses; celle-ci est déjà moins comprise du vulgaire. La dernière est celle où l’artiste voit les subtilités et les jeux multiples de la lumière, ses plans, ses gravitations. Ces recherches progressives modifient la vision primitive et la ligne souffre et devient secondaire. Cette vision sera peu comprise. Elle demande une longue observation, une étude attentive. Le vulgaire ne discernera que désordre, chaos, incorrection. Et ainsi l’art a évolué depuis la ligne du gothique à travers la couleur et le mouvement de la Renaissance, pour arriver à la lumière moderne. »

Dertig vroege tekeningen (1878-1885) tonen hoe intens de jonge Ensor de praktijk van zijn kunst beoefent.
Alles wat zijn oog ziet kan het voorwerp van een tekening worden. De objecten in het interieur van de woning, familie en vrienden in hun dagelijkse bezigheden en fragmenten van straatscènes.
Tijdens het tekenen en schetsen legt Ensor, de nauwlettende observator, de fundamenten van zijn eigen unieke stijl die buiten alle conventies valt.

« Ainsi, durant trois années, je dessinais le soir d’après l’antique et je peignais le jour la figure d’après nature ; la nuit je composais ou géographiais mes rêves.
À 20 ans, je quittai cette boîte de myopes pour suivre ma fantaisie et ce devoir du peintre de faire lumière. »

Op de Brusselse academie is de 17-jarige Ensor weinig geneigd om de directieven van zijn leraars te volgen, maar de traditionele academische opleiding heeft hem toch een technische bagage en métier meegegeven.
Uit de academietijd dateren vier grote houtskooltekeningen naar gipsen replica’s van antieke sculpturen.
Wanneer hij in 1880 Brussel verlaat en terugkeert naar Oostende tekent hij een reeks “Oostendse types”. Het zijn realistische portretten van volkse mensen, zoals “La laveuse” (1880)  en “Le charbonnier” (1882), op groot formaat. Technisch meesterlijke portretten.

 « Et gosse Lumière entre en sautillant, culbutant tables, déformant verres et bouteilles, brisant vitres et vaisselle. »

Parallel daarmee ontwikkelt hij doorheen het veelvuldige schetsen een eigen originele stijl.
De schetsbladen van 1880 tot ca. 1885 tonen zich als een laboratorium waarbinnen hij op zoek gaat naar nieuwe expressiemogelijkheden.

In het familiale huis in Oostende, waar zijn moeder en tante op de benedenverdieping een curiositeitenwinkel uitbaten, leeft hij in een gesloten wereld. Hij gaat er een intense dialoog aan met de directe omgeving, binnen en buiten.

Het huis van de familie Ensor is als een bonte schatkamer gevuld met objecten en ornamenten. Elk voorwerp uit het dagelijkse leven kan ontleed worden door het gepassioneerde oog van de kunstenaar, gefascineerd door vorm en licht  : een kandelaar, een glas, de olielamp, de pompsteen.

« Nous avons repris notre existence végétative d’avant. Tante Mimi dort, ma mère n’est pas dans son assiette après le dîner. Mitche s’exerce à écrire. »

Moeder, tante en zus zijn voor de kunstenaar de voor de hand liggende modellen die hij in snelle nerveuze trekken tekent terwijl ze schrijven, naaien, slapen of aan de piano zitten.
Willy Finch, met wie hij soms zijn atelier soms deelt, beeldt hij af al schilderend, op de rug gezien.

Vele schetsen zijn heterogene bladen. Door het herwerken van eerdere schetsen worden verschillende fragmenten op één blad geconfronteerd. Wat soms raadselachtige taferelen doet ontstaan.

«De la grande fenêtre à hauteur d’appui, la vue dominait une grande partie de la ville et quelques échappées sur la campagne complémentaient à souhait un panorama magnifique ! (...) Là encore, j’ai croqué à l’aquarelle des silhouettes et types de promeneurs, marins, masques et élégantes. »

Vanuit het raam van zijn atelier observeert Ensor het spektakel op de straat.
In vogelperspectief tekent hij soms op één lijn, soms als een volume koetsiers, paarden, passanten, burgers. Dikwijls zijn deze naast mekaar geplaatst zonder belang te hechten aan verhoudingen of schaal.

Die techniek van opeenstapeling illustreert Ensors artistieke ongebondenheid en associatievermogen. Hij zal ze later ook gebruiken in zijn fantastische, imaginaire onderwerpen.
Ook zal het schetsen vanuit de hoogte zich doorzetten in latere straatzichten met mensenmassa’s waarin de afzonderlijke figuur, wel nietig, maar toch steeds expressief zal voorkomen.

 

 JAMES ENSOR - ETSER 
« Je veux survivre, parler longtemps encore aux hommes de demain. Je songe aux cuivres solides, aux encres inaltérables, aux reproductions faciles, aux tirages fidèles et j’adopte l’eau-forte comme moyen d’expression…. »

Net zoals zijn tekeningen beschouwde Ensor zijn etsen als volwaardige autonome kunstwerken.
Vanaf 1885 neemt zijn artistieke creatie een beslissende wending en realiseert hij ook zijn eerste etsen. Meer en meer verdwijnen de realistische onderwerpen en gaat hij naar het groteske en het satirische. In 10 jaar tijd produceert hij een uitzonderlijk grafisch oeuvre dat als geen ander origineel en vernieuwend is.

Zesentwintig etsen zijn op deze tentoonstelling, waaronder “La Cathédrale” (1886 & 1896), “L’archer terrible” (1888), “Les gendarmes” (1888), “Les bons juges” (1894), en “Squelettes se chauffants” (1895). 

TENTOONSTELLING
24 februari - 3 maart 2021
Dagelijks 10 - 19 u
Ook op zondag en maandag
Wegens de maatregelen omtrent Covid-19, is de tentoonstelling in deze periode
enkel toegankelijk zijn mits reservatie via onze website.

gesloten 4 - 8 maart

9 maart - 17 april  2021
Enkel op afspraak

Dinsdag tot zaterdag 10-12 en 14-18u
Gesloten op zondag en maandag
Download PDF

 was added to your favorites.

resultaat resultaten

Deze site maakt gebruik van cookies. Als u deze site verder gebruikt, aanvaardt u onze cookie policy. Bent u akkoord?  Ja / Neen   (Meer informatie)